Wat toezichthouders kunnen leren van … TUI
Kunstmatige intelligentie staat inmiddels op veel agenda’s van raden van toezicht. Toch gaat het gesprek vaak over dezelfde onderwerpen: privacy, informatiebeveiliging en de risico’s. Begrijpelijk, maar daarmee dreigen we de belangrijkste vraag over het hoofd te zien: hoe zorg je ervoor dat AI daadwerkelijk onderdeel wordt van de organisatie?
Tijdens een gesprek met Brit Haarmans, AI Practice Lead bij TUI, werd mij duidelijk dat TUI AI niet ziet als een IT-project, maar als een strategisch organisatievraagstuk. De vraag is niet welke tool je gebruikt, maar hoe AI de manier waarop klanten zoeken, medewerkers werken en de organisatie concurreert fundamenteel verandert.
TUI heeft daarom een organisatiebreed programma opgezet. Meer dan 60.000 medewerkers volgen verplichte AI-trainingen, afdelingen nemen AI-doelstellingen op in hun jaarplannen en medewerkers werken met duidelijke, veilige AI-tools en heldere spelregels. Niet omdat AI een hype is, maar omdat de organisatie ervan overtuigd is dat verandering alleen lukt wanneer medewerkers voldoende kennis én vertrouwen hebben.
Toen ik dit hoorde, moest ik denken aan een mooi voorbeeld uit een heel andere sector. Bij woningcorporatie Woonwaard in Alkmaar waar ik commissaris ben, heeft de raad van bestuur ervoor gekozen dat medewerkers pas toegang krijgen tot Microsoft Copilot nadat zij de Nationale AI-cursus met succes hebben afgerond. Pas daarna ontvangen zij een licentie.
Ik vind dat een heel krachtige keuze. Veel organisaties worstelen met dezelfde vraag. Geef je iedereen direct toegang tot AI voor een zo groot mogelijk effect? Of houd je de deur juist zoveel mogelijk dicht vanwege de risico’s? Woonwaard kiest voor een derde weg: eerst investeren in AI-geletterdheid, daarna zoveel mogelijk mensen toegang geven tot de technologie.
Volgens mij zit daarin een belangrijke les voor toezichthouders.
Als raad van toezicht hoef je niet te bepalen welke AI-oplossing de organisatie aanschaft. Dat is de verantwoordelijkheid van het bestuur. Maar je mag wél vragen stellen over de voorwaarden voor verantwoord gebruik. Hoe worden medewerkers voorbereid? Welke kennis is nodig? Welke kaders zijn er? En hoe wordt AI onderdeel van de strategie in plaats van een verzameling losse experimenten?
Misschien zouden toezichthouders daarom niet als eerste moeten vragen hoeveel Copilot-licenties zijn aangeschaft. De interessantere vraag is: hoeveel medewerkers beschikken inmiddels over voldoende AI-kennis om die technologie verantwoord en effectief te gebruiken?
Hoe zit het met de AI-geletterdheid in de organisatie waarop u toezicht houdt?
Joris Arts is portfoliodeskundige NVTZ op het portfolio Innovatie en schrijft vanaf juni 2026 een maandelijkse blog in onze nieuwsbrief. Hij deelt daar zijn persoonlijke visie op een scala aan onderwerpen in zorg en welzijn.
Bijdrage
Joris Arts
Portfoliodeskundige Innovatie
Bekijk ook
Hoe zorgbestuurders
bouwen aan draagvlak om te besturen
Innovatie van governance vraagt om governance van innovatie