Terugblik Governance College
Besturen en toezicht tussen organisatiebelang en maatschappelijke opdracht
Investeren in maatschappelijke waarde vraagt om bestuurlijke moed én om toezicht dat ruimte biedt, legitimiteit geeft en de dialoog over risicobereidheid actief stimuleert. Dat brengt spanning met zich mee tussen maatschappelijke opdracht en organisatiebelang. Op welke manieren kan hieraan richting worden gegeven? Tijdens het Governance College op 16 juni gingen gastsprekers Gabriel van den Brink en Fenna Heyning hierover met de zaal in gesprek, ieder vanuit een eigen invalshoek.
Van den Brink nam de aanwezigen mee in een filosofische reflectie op beschaving: hoe houdt u markt, macht en moraal met elkaar in balans binnen uw organisatie? Beschaving, lichtte hij toe, is de manier waarop een samenleving, en dus ook een organisatie, zorg draagt voor wat zij waardevol vindt: van individuele handelingen tot de maatschappelijke opdracht van de organisatie als geheel. Beschaving in alle lagen van de organisatie vormt zo de basis onder goed bestuur en toezicht.
Deze ideën bracht Van den Brink terug naar één van de negentien maatschappelijke waarden die wereldwijd voorkomt: wederkerigheid. Zonder wederkerigheid op alle niveaus van de organisatie schuift gezag op naar macht en verdwijnt de dialoog die juist nodig is. Zijn pleidooi was dan ook om een beschaafde, wederkerige organisatie te organiseren vanuit het handelen, niet vanuit het systeem, en om klein te beginnen: bij de vraag waarom de eerstelijnsmedewerker dit werk is gaan doen, wat er gezien, gehoord en gevoeld wordt op de werkvloer, welke handelingen plaatsvinden en waarom. Het dilemma tussen maatschappelijke opdracht en organisatiebelang is dan vaak helemaal niet zo groot als het lijkt, stelde van den Brink. Door dat gesprek te beginnen bij wie handelt, bewust gericht op wederkerigheid, beweegt een organisatie richting beschaving.
Na een interactieve Q\&A sessie met de zaal en een pauze voor een heerlijk diner met elkaar, bouwde Heyning hierop voort met een blik vanuit de praktijk van zorg en welzijn. Haar oproep: heb het lef om als organisatie te bewegen van ketens en zorgpaden naar meanderende stromen, zoals rivieren door het landschap bewegen. Ze nam ons mee in de metafoor van een rivier: een patiëntreis is niet recht bedoeld, net zoals rivieren niet zo bedoeld zijn. Wij maken ze recht en noemen dat efficiënt, maar van nature behoren zij te meanderen. Dat vraagt om een bredere kijk: niet vanuit het systeem, maar vanuit de mens; niet sec vanuit ziekte, maar ook vanuit welbevinden, in de omgeving waarin die mens leeft.
Heyning illustreerde dit met een persoonlijke ervaring: als internist moet zij soms een ernstige diagnose overbrengen aan een patiënt. Datzelfde gesprek, op dezelfde manier gevoerd, schoot echter tekort toen zij eens aan de andere kant zat, naast haar vader.
Meanderen kan juist zijn wat nodig is om de maatschappelijke opdracht te vervullen, en meanderen vraagt lef: lef dat bestuurders en toezichthouders, gezien de tafel waaraan zij zitten, in voldoende mate in huis hebben.
Twee invalshoeken, één gedeelde opgave: toezicht dat verder kijkt dan de eigen organisatie, vanuit het handelen, de mens en zijn context, en dat wederkerigheid tussen organisatie en maatschappij de ruimte geeft. Twee mooie bijdragen die voedingsstof gaven voor nieuwe inzichten en een aanzet tot actie.