Multicultureel samensterven

Schrijver en publicist Mohammed Benzakour (1974) heeft een jaar lang zijn verlamde moeder in een verpleeghuis begeleid. Hij heeft er een boek over geschreven. Het bekroonde boek ‘Yemma – stilleven van een Marokkaanse moeder‘, laat zien dat de Nederlandse zorg nog niet is ingericht op de grote groep migranten van de eerste generatie.

Uit wat voor nest kom jij?

Ik ben geboren in Ouled Ali, een plaats in het Rifgebergte van Nood- Marokko. Ik ben van Berberse komaf. Mijn vader verliet Marokko in 1975 om als gastarbeider in Nederland te werken. Mijn moeder, ik en twee oudere broers gingen hem achterna. Mijn zus, van 19 jaar ouder, was al getrouwd en bleef in Marokko. In Nederland heb ik nog een zusje erbij gekregen. Ik was drie jaar toen ik naar Nederland kwam. Thuis spraken we Berbers, of Tamazight, zoals wij zeggen. Nog steeds, want mijn ouders zijn analfabeet en spreken slecht Nederlands. Wij zijn islamitisch opgevoed. De dagelijkse gebeden werden gedaan en er werd gevast wanneer het ramadan was. Ik vond ramadan heel gezellig, vooral ’s avonds.

Hoe ben jij je carrière gestart?

Ik heb sociologie en bestuurskunde gestudeerd. Ik heb een tijd als fractiemedewerker voor de PVDA gewerkt. Daarna ben ik de journalistiek ingerold. Naast journalist, ben ik columnist voor verschillende kranten zoals NRC en Trouw en sta ik als schrijver gecontracteerd bij twee uitgevers.

In het boek vertel jij dat je moeder in het verpleeghuis belandde na een herseninfarct. Zij belandde in een rolstoel en werd volledig zorgafhankelijk. Ook raakte zij haar spraakvermogen volledig kwijt. Kun je ons vertellen hoe jij de zorg voor je moeder hebt ervaren?

Voordat ik daarmee begin wil ik benadrukken dat ik met het boek een persoonlijk verhaal heb neer willen zitten over mijn verdriet. Het is absoluut geen aanklacht tegen de zorg. Tijdens het jaar dat mijn moeder in het verpleeghuis zat ben ik wel veel dingen tegen gekomen dat ik me realiseerde dat vandaag de dag immigranten van Islamitische komaf, maar denk dat het geldt voor alle immigranten, geen goede oude dag kunnen hebben in de zorginstellingen zoals we die nu kennen. Ik ben geschrokken van het schrijnende gebrek aan passende zorg voor moslimpatiënten. Mijn moeder was de enige Marokkaanse vrouw in een Hollands verpleeghuis. Mijn moeder is analfabeet en de Nederlandse taal niet machtig. Niemand snapte haar, zij snapte niemand. Het infarct had haar deels verlamd. Praten kon ze niet meer.

Een voorbeeld: moeder kreeg logopedie. Maar wat bleek? Alle toegepaste methodieken veronderstellen dat de cliënt geletterd is. Methode was niet toegespitst op mensen die analfabeet zijn. Mijn moeder snapte de tekeningen en symbolen niet. Ze gokte maar wat en alles gokte ze fout. Zelfs als ze niet afatisch was had ze alles fout ingevuld.

Op een gegeven ogenblik vond ik dat ik lang genoeg zwijgend had toegekeken. Ik wees de afasie-expert erop dat deze spelletjes beslist niet werken bij een analfabete. “Zou het niet zinniger zijn om aan te sluiten bij de belevingswereld van moeder?” Op alle brochures van het verpleeghuis las ik immers ‘zorg op maat’ en dat was vast niet voor niets. Ik had me intussen behoorlijk ingelezen in de logopedie en ontdekte het bestaan van in het buitenland bestaande succesvolle klank-en-melodie therapieën. Het is wetenschappelijk bewezen dat bekende, vertrouwde, melodische teksten, zoals oude liedjes, langer behouden blijven dan de propositionele taal omdat ze in een ander hersendeel zijn vastgelegd. Omdat mijn moeder haar hele leven uit de Koran reciteerde, zangerig en op rijmrefrein, dacht ik het ei van Columbus gevonden te hebben. Dus deed ik bij de logopediste de gouden suggestie om recitaties van Koranverzen te gebruiken en daarmee te oefenen. Haar reactie: “Sorry meneer, maar ik ga mij niet verdiepen in de islam. Ik was stomverbaasd. Ik vroeg haar niet om zich in de islam te verdiepen, maar droeg een suggestie aan van een methode die beter aansluit bij de behoefte van mijn moeder. Toen stelde ik maar zelf een oefenpakketje samen. Ik uploadde Koranverzen van YouTube op mijn smartphone en het weinige wat ik in één week met moeder bereikte was al meer dan vier maanden gediplomeerde logopedie. Maar ik was te laat. Na de eerste drie maanden schijnt de kans op succes nihil te zijn.

Gelukkig is er steeds meer aandacht om de methoden voor logopedie te herzien. Men moet niet vergeten dat er ook een hoop autochtone Nederlanders zijn die niet kunnen lezen en schrijven. Analfabetisme is best groot in Nederland en bevindt zich zeker niet alleen onder immigranten.

Nog een voorbeeld: op zeker moment stopte moeder met eten. Ik dacht: de Hollandse verpleegkost (tot snot gekookte bietjes en witlof met jus) komt natuurlijk haar neus uit. Ze mist haar eigen vertrouwde gerechten! Samen met mijn broers en zussen brachten we zelfgemaakte spijzen mee: sardientjes met tomaat, kiptajine met rozijnen, couscous met lam. Ze begon daarna helemaal op te bloeien! Echter, snel daarna kwam de restauranthouder naar ons toe: “Mijnheer Benzakour, het is niet de bedoeling dat families hun eigen prakkie van huis meenemen en dat hier in mijn kantine opeten. Als iedereen dat doet kan ik evengoed de tent sluiten.” Mijn verweer dat niemand dat doet, dat wij de enige Marokkaanse familie zijn, mocht niet baten. Regels zijn regels. Het mocht wel in de tuin, maar daar regende het altijd. Ik was radeloos. Uiteindelijk belandde ik per ongeluk in de kelder. Ik en mijn moeder hebben daar bijna de hele winter, in het diepste geheim, harirasoep en sardientjes genuttigd. Tot op een dag een kettingslot op het hok zat. Een voorbeeld dat laat zien dat men zich onvoldoende realiseert dat culinaire behoeften van cultuur tot cultuur kunnen verschillen.

Dus de zorg- en verpleegwereld is slecht geëquipeerd voor de toenemende groep oude moslimpatiënten?

Ja, dat is wat ik heb ervaren tijdens het jaar dat mijn moeder in het verpleeghuis heeft gezeten. Het voorbeeld van de logopedie laat dat fraai zien. In het hele land is geen enkele logopedische opleiding of werkpraktijk te vinden met methoden speciaal ontwikkeld voor analfabete, slecht Nederlands sprekende cliënten.

Dat enige equipering geen overbodige luxe is maar harde noodzaak bewijzen de statistieken. Het gros van de eerstegeneratie gastarbeiders (de groep die nu de bejaarde leeftijd bereikt) vertoont steeds vaker ouderdomskwalen en belandt dientengevolge steeds vaker in verpleegbedden, als gevolg van hartkwalen, suikerkwalen, infarcten, met niet zelden afasie tot gevolg. Volgens het CBS zullen relatief steeds meer oudere migranten deel uitmaken van de samenleving. Met name het aandeel niet-westerse allochtone ouderen zal sterk groeien ten opzichte van de totale groep ouderen. Met een vervijfvoudiging van hun aandeel tot bijna 16 procent in 2050 worden zij als groep groter dan westerse allochtone senioren (bron CBS outline 2009).

Hoe kunnen wij als samenleving ons voorbereiden op de steeds ouder wordende immigranten die een beroep zullen gaan doen op de gezondheidszorg?

Aan de ene kant is het zo dat binnen de Marokkaanse en Turkse cultuur het niet normaal wordt gevonden als je je zieke ouders overlaat aan zorgprofessionals in een verpleeghuis. Dat betekent dat ouders lang thuis worden gehouden of inwonen bij de kinderen, met alle problemen van dien. Op een gegeven moment is het niet meer verantwoord, bijvoorbeeld in geval van vergevorderde dementie, dat een ouder thuis blijft. Er is dan bijvoorbeeld 24-uurs toezicht nodig. Toch kan dit bij immigranten vaak als verraad aanvoelen. We moeten deze kwesties bespreekbaar maken en de taboe doorbreken. Dat het dus niet een slechte zaak is als je de zorg van je ouders overlaat aan zorgprofessionals.

Daarnaast is het ook een taak van de politiek en de gezondheidszorg om de zorg cultuur sensitiever te maken. De diversiteitsgedachte is er heel weinig.

Te lang is er gebakkeleid over multicultureel samenleven, het is nu tijd om werk te maken van multicultureel samensterven.

Hoe zouden we ervoor kunnen zorgen dat zorginstellingen beter geëquipeerd zijn voor de multiculturele samenleving?

Met het toenemend aantal allochtone senioren zullen de organisaties steeds meer moeten inspelen op de behoeften van deze groep. De groep is nu net nog te klein om de zorginstellingen sterk te kunnen prikkelen om iets aan hun faciliteiten te doen.

Daarnaast is er ook een morele verplichting vanuit de politiek en de instellingen om deze groep, die als gastarbeiders hier naar toe zijn gekomen en vele rotklusjes hebben verricht, niet in de kou te laten staan. Een goede oudedagsvoorziening is het minste wat je deze mensen kunt aanbieden. Zorginstellingen kunnen het volgende doen om goed voorbereid te zijn: 1) wervingsbeleid: meer mensen van verschillende culturen. Mijn moeder vond het bijvoorbeeld heel fijn om geholpen te worden door een Marokkaanse omdat ze zich beter begrepen voelde. Maar ook mensen met een culture achtergrond in de raden van bestuur en raden van toezicht 2) Accommodatie: wat zijn de wensen van de cliënten? Voor die oudere senioren immigranten groep heeft een leesruimte met kranten en tijdschriften beperkte zin omdat nagenoeg iedereen analfabeet is. Geef ze bijvoorbeeld een ruimte waar ze kunnen bidden 3) Denk aan eten: wat zijn hun culinaire behoeften 4) wees niet te streng voor bezoekersaantallen. Vaak komt de hele familie langs, een maximum bezoekersaantal van 2 mensen is echt niet toereikend 5) Aandacht voor diversiteitsgedachte en cultuursensitiviteit in de opleiding van zorgprofessionals. Het zou een verplicht onderdeel moeten zijn van het curriculum. Je moet als zorgprofessional weet hebben van de verschillende culturen en hoe zorg wordt ervaren. Als je iedereen over een kam scheert, ben je niet patiëntgericht bezig.

Abdelilah el Barzouhi
Abdelilah el Barzouhi (31) komt uit Den Haag en is in het dagelijks leven werkzaam als cardioloog in opleiding. In 2013 is hij gepromoveerd aan de Universiteit Leiden. Abdelilah el Barzouhi volgde naast zijn geneeskundestudie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam met succes de masters Clinical Research en Zorgmanagement. In 2012 heeft hij de prof. H.W. Lambersprijs in de wacht gesleept. Deze Rotterdamse prijs wordt jaarlijks door de Erasmus Universiteit uitgereikt aan een excellente student met tenminste twee masterdiploma’s.”

Welke meerwaarde zie jij als het bestuur van een organisatie bestaat uit mensen met verschillende achtergronden?

Je kijkt echt verder dan je neus lang is en begrijpt beter de samenleving. Als je als Marokkaanse toezichthouder in een organisatie zit, begrijp je bijvoorbeeld beter wat de behoeften zijn van de Marokkaanse cliënten. Ik krijg bijvoorbeeld nog steeds elk jaar de vraag of je tijdens de Ramadan wel mag drinken. Men weet zo weinig andermans cultuur en religie af. Het is heel belangrijk om over het muurtje van je eigen cultuur heen te kijken. Ook ik heb me daarom in verschillende religies verdiept.

Maar helaas lukt het veel instellingen niet om diversiteit goed door alle lagen van een organisatie te implementeren..

Bij deze vraag moet ik denken aan een quote van Willem Elsschot “tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren”. De multiculturele samenleving is pas geslaagd als er niet meer over gesproken wordt. Het is denk ik een kwestie van tijd. Onbekend maakt vaak onbemind. Maar diversiteit heeft heel veel waarde in zich.

Tot slot, welke waarden heb je meegekregen van je cultuur die je niet verloren wilt laten gaan?

De sterke band en de zorgzaamheid tussen de kinderen en de ouders. In het verpleeghuis zag ik veel autochtone ouderen waarvan de kinderen slechts een paar keer per jaar, bijvoorbeeld met kerst langs kwamen. Als ik dan vroeg waar hun kind was, antwoordden ze vaak met “hij/zij heeft geen tijd of heeft het te druk”. De zorgzaamheid voor je ouders die ik als waarde heb meegekregen zou ik graag niet verloren willen laten gaan. In ons cultuur zeggen we ook vaak “de grond onder je voeten is je moeder”.

Mohammed Benzakour

Mohammed Benzakour (Marokko, 1972) is naast schrijver ook columnist, essayist, socioloog, schaker, imker, visser en amateur astronoom. Als eigenzinnig opiniemaker stelt hij regelmatig kwesties op het breukvlak van cultuur en religie aan de orde. Bekijk voor meer informatie zijn website www.benzakour.nl.

Bekijk ook

We kunnen ze niet vinden…

We kunnen ze niet vinden"is een veelgehoord argument bij raden van toezicht en wervingsbureaus wanneer het gaat over het ontbreken van leden met een multiculturele achtergrond.

Over Toezichthouden, krutu’s en inzetten op een betere samenleving Wat kunnen we leren van Afro-Surinaamse bevolkingsgroep?

Over Toezichthouden, krutu’s en inzetten op een betere samenleving Wat kunnen we leren van Afro-Surinaamse bevolkingsgroep?Monica Haimé, lid werkgroep Diversiteit...

Het broze huwelijk tussen bestuur en toezicht

Bijdrage door auteur dr. H. Henselmans, bestuursadviseur De NVTZ zoekt naar mogelijkheden om te leren door diversiteit. In dit essay,...