Toezicht op regioplan: (niet) nodig?

Over dit thema organiseerde de NVTZ op 23 oktober 2025 een regiobijeenkomst, samen met Gezond Zuid-Limburg. Dit keer waren ook de bestuurders uitgenodigd.

Esther van Engelshoven, bestuurder en toezichthouder, nam de aanwezigen mee in de ontwikkelingen rond de Regioplannen Zuid-Limburg. De regio heeft in totaal bijna €170 miljoen aan IZA-middelen ontvangen om de plannen van Gezond Zuid-Limburg in de praktijk te brengen. Al deze plannen zijn gebaseerd op intensieve samenwerking binnen een netwerk van zorg- en welzijnsorganisaties.

Niet alle plannen hebben een IZA-financiering gekregen. Omdat de verschillende initiatieven sterk met elkaar verweven zijn, ligt de uitdaging in het behouden van samenhang. Esther sprak haar vertrouwen uit dat organisaties ook eigen middelen inzetten of nog andere financieringsbronnen vinden, omdat iedereen doordrongen is van het gezamenlijke belang.

De grootste uitdaging is nu de uitvoering in de praktijk. Esther riep de toezichthouders op erop toe te zien dat de uitvoering niet alleen op bestuursniveau prioriteit krijgt, maar ook landt bij de zorgprofessionals zelf.

Wicked problems en de grenzen van netwerksturing

De gezondheidszorg kampt met zogeheten wicked problems: complexe, hardnekkige vraagstukken waarvan oorzaken en oplossingen niet eenduidig zijn — denk aan stijgende kosten, vergrijzing en afnemende toegankelijkheid van zorg. Het zijn problemen die niet door individuele organisaties kunnen worden opgelost, maar die vragen om netwerken van samenwerkende organisaties, ieder met hun eigen expertise en middelen.

Volgens onderzoeker Robin Peeters (Maastricht University) is samenwerking in netwerken geen panacee. Veel factoren beïnvloeden het succes van een netwerk: een sterke governance-structuur met heldere rollen, afspraken en verantwoording; wederzijds vertrouwen en open communicatie; en vooral een gedeelde visie en een gemeenschappelijk doel. Zonder gedeeld “waarom” wordt samenwerking fragiel, aldus Peeters.

Tot verrassing van veel aanwezigen toonde haar onderzoek bovendien aan dat succesvolle netwerken niet afhankelijk zijn van extra financiering. De doorslaggevende factoren zijn de visie en commitment om samen maatschappelijke doelen te realiseren. Daarmee, zo stelde zij, moet ook het toezicht zich meer richten op het maatschappelijk belang in plaats van enkel het organisatiebelang: zonder binding aan dat gezamenlijke doel waarin het maatschappelijk belang op een verantwoorde manier vóór het organisatiebelang wordt gesteld, is een netwerk niet effectief.

Dit vraagt om een andere rol en nieuwe competenties van toezichthouders. Zij kunnen bestuurders ondersteunen in het waarmaken van hun bijdrage aan de gezamenlijke transformatie. Dat vereist inzicht in de samenwerkingsverbanden waaraan de organisatie deelneemt en de factoren die effectieve samenwerking bepalen, zodat ook toezichthouders hier hun steentje aan bij kunnen dragen.

Van caritas tot civil society

Regiobijeenkomst 23 oktober 2025

Theo Schraven, bestuursadviseur en pionier op het gebied van waardengericht toezicht, plaatste de ontwikkelingen in een bredere maatschappelijke context. Hij schetste de ontwikkeling van sturing in zorg en welzijn: van caritas met nadien professionalisering, naar staatssturing, via marktwerking naar civil society.

Daarmee verandert ook de positie van degene die zorg ontvangt: van patiënt, naar burger, consument en uiteindelijk participant. Het interne toezicht moet hierin meebewegen: minder nadruk op procedurele en formele toetsen, meer aandacht voor maatschappelijke verankering.

Het toezicht beweegt mee: nu te veel op alleen intern toezicht, het gaat al meer over externe netwerken maar nog nauwelijks over burgerparticipatie (en betekenis voor governance),

Volgens Schraven kan dit niet uitsluitend vanuit een onafhankelijke en deels bureaucratische toezichtspositie. Het vraagt om goed zicht op en mogelijk direct contact met belanghebbenden (minder op de instituties, meer op de burgers) en om een emergente aanpak: al experimenterend beleid ontwikkelen en dus de interactie aangaan en in die contacten nieuwe beelden en patronen ontdekken die richting geven aan het toezicht. Dat kan op een manier waarbij de raad van bestuur in positie blijft.

Toezicht in beweging

OoOok in het forumgesprek van bestuurders en toezichthouders (Henri Plagge, Aad Koster, Roger Kerff en Esther van Engelshoven) lag de nadruk op het belang van toezicht op de daadwerkelijke vertaling van regioplannen naar de eigen organisaties — en op de intrinsieke betrokkenheid van zorg- en welzijnsprofessionals bij de uitvoering. Kortom, toezicht op de regioplanen is noodzakelijk.

Aad Koster: we praten steeds over burgerparticipatie, maar het wordt tijd voor een betere connectie van de overheid en zorg-/welzijnsorganisaties met de leefwereld van burgers

Henri Plagge: meer naar toezicht op beleid van gewoon doen (‘doeïsme’) dan toezicht op plannen.

Roger Kerff: zorg dat je als RvT in overleg met RvB goed zicht hebt op het hele veld van externe stakeholders.

Bert Scholtes, NVTZ-regioambassadeur en moderator van de bijeenkomst, sloot af met de constatering dat nieuwe structuren zoals stapelen van toezicht op toezicht niet de oplossing is. Veel meer kunnen periodieke, informele ontmoetingen toezichthouders helpen in hun nieuwe rol richting een toekomstbestendige gezondheidszorg.

Toezichthouders hebben zelf de verantwoordelijkheid om hun beeld van de werkelijkheid voortdurend te verrijken met inzichten over maatschappelijke en sectorale ontwikkelingen.

Bert Scholtes

Regioambassadeur Limburg